Opbouwwerkers hadden tot de jaren tachtig een centrale rol als belangbehartiger in de stadsvernieuwing. Nu de naoorlogse wijken aan de beurt zijn, spelen ze nauwelijks een rol bij de planvorming. De Rotterdamse socioloog Anne van Veenen schetst in Zorg + Welzijn (nr. 20, 2004) een terugkeer naar de klassieke samenlevingsopbouw. 'Het wordt steeds moeilijker een gemeenschappelijk belang tussen bewoners te vinden.'
Samenvatting van het boek 'Op het scherp van de snede' dat Van Veenen onlangs publiceerde: "Praktijkonderzoek naar opbouwwerk in Rotterdamse herstructureringswijken. Het boek geeft een methodische praktijkbeschrijving van opbouwwerk in de Rotterdamse herstructureringswijken Pendrecht, Zuidwijk, Meeuwenplaat en Landzicht. (...) Naast nieuwe buurten ontstaan doorgangsbuurten. De sociale structuur staat onder druk door het komen en gaan van groepen bewoners, grootschalige sloop- en nieuwbouwactiviteiten en tegenstellingen tussen bevolkingsgroepen." Meer informatie: Op het scherp van de snede
Anne van Veenen laat zien dat het basiswerk de belangrijkste bijdrage is van het opbouwwerk in sloopbuurten. 'Aanwezig zijn, contact leggen met mensen, initiatieven stimuleren en vervolgens die initiatieven in een groter verband brengen. De bedoeling is om tegenstellingen in de wijk tegen te gaan of te verminderen. Je moet de mensen en de ontwikkelingen kennen, weten welke mensen je met elkaar in contact kunt brengen om initiatieven te nemen. Verbindingen leggen tussen groepen en initiatieven van instanties. De werker moet groepen bij elkaar kunnen brengen in een groter verband, zodat er communicatie plaatsvindt tussen mensen van verschillende culturen, jong en oud, tussen achterblijvers en Marokkaanse en Antilliaanse jongeren. Dat allemaal kunnen, is de belangrijkste bijdrage van het opbouwwerk.'
Links: website Anne van Veenen, website Landelijk Centrum Opbouwwerk